featuredGeschiedenisNieuwsPolitiek

Verdwaalde vissen tussen het onkruid

Goudwindestraat 1939De Goudwindestraat in Malburgen in 1939. Ondanks de vissennaam geen straat vol vissers. --- © Gelders Archief (CC0)

Wel eens afgevraagd waarom de straten in Malburgen heten zoals ze heten? Veel zijn genoemd naar planten, andere weer niet. Wie heeft dat bedacht? En waren Arnhemmers enthousiast over die namen? “Waanzin, den naam van een visch of een plant aan een straat te verbinden.”

Sommige Arnhemmers noemen Malburgen wel eens smalend ‘de Onkruidwijk’. Dit komt omdat de meeste straten in de wijk plantennamen dragen. En laten we wel wezen: sommige daarvan haal ik wel eens zuchtend en steunend tussen mijn tuintegels vandaan. Zuring, waarom zou je daar in hemelsnaam een straat naar noemen?

Toch zijn er ook heel wat vreemde eenden in de Malburgse bijt. Waarom doorkruist de Graslaan na de Zuringstraat de Visserslaan en een stel straten met vissennamen als de Goudwindestraat en de Karperstraat? Waarom ligt er tussen alle planten ineens een Groene Weide of een Melkweg? Kortom: het is eigenlijk best wel een straatnamenchaos in de oudste wijk van Zuid. Hoe is dat zo gekomen?

Tijdgebrek

© AJ Gazendam (cc0) Henri Bloemers

De oudste straatnamen van Malburgen zijn bedacht door het toenmalige College van B. en W., onder leiding van de burgemeester met de enigszins toepasselijke naam Henri Bloemers. Die hadden maar weinig tijd. In de Arnhemse Courant van 21 juli 1937 legde een raadslid het college het vuur aan de schenen: de eerste huizen (de zogeheten Camiz-woningen aan de huidige Groene Weide) stonden er al en er was nog geen straatnaam!

Dat werd een haastklus voor Burgemeester en Wethouders dus. Bij de volgende raadsvergadering, drie weken later, hadden ze de namen al bedacht. Een aantal plekken kreeg historische namen, zoals het Suikerland, Middelgraaflaan en Melkweg. Voor de rest kozen de heren het thema ‘plant’. Maar hun botanische kennis reikte blijkbaar niet zo ver, dus verzonnen ze voor straten waarvan ze de namen niet konden bedenken vissennamen.

Vreemde verzameling

Is dat echt zo gegaan? Het antwoord van wethouder Van de Sand op kritische vragen in de volgende raadsvergadering spreekt boekdelen. “Het viel niet mee om deze nieuwe namen te bedenken”, tekent de Arnhemse Courant op 10 augustus op. In deze tumultueuze raadszitting vielen heel wat raadsleden over het college heen. Sociaaldemocraat Hermans vond het een vreemde verzameling namen. “Laat men de goede gewoonte volgen om in één bepaald complex dezelfde soort namen te gebruiken.”

Boos was ene H. Heetjans van het extreem-rechtse Verbond voor Nationaal Herstel. “Waanzin, den naam van een visch of een plant aan een straat te verbinden. Alleen historische namen van personen dienen aan straten gegeven te worden.” De liberaal Ozinga kwam met een radicaal idee: geef de straten in Zuid geen namen, maar nummers, ‘net als in Amerika geschiedt’. “Er zijn reeds zooveel straatnamen, dat men op het laatst in de war komt.”

Suikerland: juist gevonden

Maar het college liet zich niet vermurwen. “De naam Suikerland bijvoorbeeld is heel juist gevonden. Het stuk grond heette niet alleen zoo, maar bovendien heeft Arnhem heel veel aan de suiker te danken. Haar bloei-periode dankte Arnhem aan de goede resultaten der suikerindustrie”, stelt de wethouder. Burgemeester Bloemers vult aan: “In deze straatnamen zijn alle bekende namen van den polder vastgelegd: Veerpolder, Groene weide, Suikerland, Middelgraaf.”

Hoe vielen de resultaten van deze haastklus bij het publiek? Een anonieme columnist veegde zijn voeten ermee af. Wat een ramp, vond hij. “Niet alleen het zinrijke, maar ook de lijn ontbreekt. Het is een mengelmoes, (…) die het in het oog loopende gebrek bezit, niet het minst tot de verbeelding te spreken.”

Verbaasd en ongelovig

Hoe ze waren gekomen tot de Middelgraaflaan, Melkweg, Graslaan, Groene Weide en Suikerland, begreep de schrijver al helemaal niet. “Inlichtingen, die ons toekwamen, zeggen, dat op deze plaatsen wel eens suikerriet groeide, wat voor onzen tijd geweest moet zijn. De vele bezoekers onzer wijk op 31 augustus prevelden wat verbaasd en ongeloovig ‘Suikerland?’ als een treffend bewijs, dat ook hun de portée ontging.”

(Tekst gaat verder na de afbeelding.)

© De Moeilijke Bril / Arnhemsch Kollektiv Graslaan in 1940.

“De thans gegeven namen zijn zoo oppervlakkig en onbekend, dat bij verandering weinig meer dan de aangebrachte bordjes verloren gaan”, ging de anonieme schrijver verder. Het laatste woord was er nog niet over gesproken en in november 1937 ging de gemeenteraad er inderdaad weer een potje over bakkeleien. Konden de namen niet alsnog worden veranderd, vroegen een aantal raadsleden onder wie weer diezelfde Heetjans.

Adreskaartjes

De sociaaldemocraat Klaver merkte daarbij droogjes op dat hij de namen onbetekenend vond, ook al was er een Klaverlaan bij. De burgemeester wilde er allemaal niets van weten. Daar had hij een opmerkelijk argument voor. Er woonden inmiddels al mensen in Arnhem-Zuid, en vele van hen hadden al adreskaartjes laten drukken. Die wilde je toch zomaar op kosten jagen? Naast de straatnaambordjes hoefden die visitekaartjes ook niet bij de kraak te worden gezet.

Dus bleven de eerste straten van Arnhem-Zuid heten zoals ze heten. Nu, zo’n dikke 80 jaar later, weten we niet beter. Bij latere uitbreidingen van de wijk is er soms wel en soms geen rekening gehouden met het planten-thema. De mengelmoes is in de loop van de jaren zo alleen maar groter geworden.

VISSERSBUURT VOOR VISSERS?

In Malburgen gaat het verhaal dat de Vissersbuurt (onder meer Visserslaan, Karperstraat en Grondelstraat) in de jaren 30 speciaal is gebouwd voor zoetwatervissers, die leefden van vis uit de Rijn. Dat is een mooi verhaal, maar er is geen enkele bron die dit ondersteunt. Ook een steekproef levert niets op.

Een adresboek uit 1939 toont op de Karperstraat onder anderen een timmerman, een arbeider, een chauffeur en een kantoorknecht. Een visser is er niet te vinden. In de Grondelstraat vinden we nog een treinrangeerder en een andere NS-beambte. De enige die een beetje in de buurt komt, is een scheepstimmerman. Daarnaast vinden we nog een arbeider die Visser heet.

In Arnhem woonden in 1939 elk geval meerdere mensen die ‘visscher’ als beroep hadden. Die woonden niet in Zuid. Volgens het adresboek woonde er één ‘Aan boord’, dus op een schip die in Arnhem lag aangemeerd. Waar dat schip meestal lag is niet bekend, maar dat zal zeker niet in de Vissersbuurt zijn geweest.

Dit is een deel in een serie over de geschiedenis van Arnhem-Zuid.

Ben Schattenberg

Reageer hier

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.